Vraag me waarom ik iets besluit, en ik kom er niet uit. Ik draai om de zaak heen, ik zoek woorden, en uiteindelijk zeg ik: ik voel het gewoon. Voor veel mensen is dat het einde van het gesprek. Voor mij is het het begin.
We hebben met elkaar afgesproken dat een beslissing pas telt als je hem kunt onderbouwen. Een rapport, een berekening, een rij argumenten. Wat je niet kunt uitleggen, bestaat niet. Dus schuiven we het oudste meetinstrument dat we hebben aan de kant: de onderbuik.
Terwijl dat ding geen ruis is. Een onderbuikgevoel is jarenlange ervaring die zo snel rekent dat je de tussenstappen niet ziet. Duizenden gesprekken, mislukkingen, meevallers, gezichten en stiltes, samengeperst tot één signaal: dit klopt, of dit klopt niet. Je systeem is sneller dan je taal. Dat het geen onderbouwing meelevert, zegt niets over de kwaliteit van de uitkomst.
Wat ik niet kan uitleggen,
klopt vaak het meest.
Mijn hoofd werkt anders dan dat van de meeste mensen. Ik leg verbanden die er op papier niet zijn. Ik zie een afslag voordat de weg er ligt. Lang dacht ik dat dat een gebrek was. Iets om te verbergen, iets om overheen te praten met geleende argumenten. Ik heb heel wat vergaderingen gezeten waarin ik achteraf bewijs zocht bij een besluit dat allang genomen was. Niet omdat het besluit beter werd van dat bewijs. Omdat de kamer er anders niet in mee kon.
Inmiddels draai ik het om, en dat is misschien het nuttigste wat ik je kan meegeven. De meeste mensen beginnen bij het bewijs en wachten tot het gevoel volgt. Dat gevoel komt nooit, want bewijs raakt niemand. Ik begin bij wat ik voel, en daarna pak ik de kaart erbij. Zegt de onderbuik linksaf, dan controleer ik of daar geen ravijn ligt. Gevoel en verstand zijn geen tegenstanders. Het gevoel wijst de richting, het verstand checkt de route.
Let wel: een kompas is geen orakel. Mijn onderbuik heeft er ook weleens naast gezeten, en niet zo'n beetje ook. Maar mijn rekenmachine net zo goed. Het verschil is dat ik van een misser op gevoel iets leer over mezelf, en van een misser op papier alleen dat het papier geduldig is.
Dus als er iets aan je knaagt zonder dat je weet waarom: neem het serieus. Niet als eindstation, wel als vertrekpunt. Stop even. Trek de schoen uit. Kijk wat erin zit. Meestal is het niks. En soms is het precies het signaal waar je over drie jaar op terugkijkt met de gedachte: ik wist het eigenlijk al die tijd.
Dat wist je inderdaad. Je had er alleen nog geen woorden voor.
