Op de gebaande paden groeien geen bloemen meer. Ze zijn platgelopen. Veilig, vertrouwd, overzichtelijk, en precies daarom uitgestorven.
Aan de rand van het ravijn komt bijna niemand. Het is er spannend. Eng, zelfs. We kennen het niet, en wat we niet kennen voelt onveilig, dus blijven we op het pad. Netjes in het spoor van wie er voor ons liep, die ook al netjes in het spoor liep van wie daarvoor kwam. We noemen dat verstandig. Heel vaak is het gewoon bang.
En ik snap die angst, laat dat gezegd zijn. Het pad heeft je veel gebracht. Je bedrijf, je huis, je zekerheid: allemaal op dat pad verdiend. Wie zegt dat je van het pad af moet, vraagt je iets op het spel te zetten. Dat doe je niet zomaar, en dat hoeft ook niet zomaar. Maar er is een verschil tussen het pad kiezen en op het pad vastgeroest zitten. De eerste is een besluit. De tweede is een gewoonte die zich als besluit vermomt.
Daar, aan de rand,
groeien de mooiste bloemen.
Het vraagt lef om naar die rand te lopen. Maar let op wat voor lef. Niet de lef om stoer te doen; stoere mensen zijn er genoeg, zeker op verjaardagen. Ik bedoel de lef om bang te durven zijn. Om de angst gewoon te voelen, hem niet weg te drinken of weg te lachen, en tóch een stap te zetten. Dat is iets heel anders dan roekeloos. Roekeloos is de angst negeren en springen. Lef is de angst serieus nemen, om je heen kijken, en dan alsnog gaan. De roekeloze valt in het ravijn. De moedige vindt de bloemen.
Ik haal mensen graag naar die rand. Zakelijk en privé. Niet door te duwen, duwen werkt nooit; wie geduwd wordt, zet de hakken in het zand en heeft nog gelijk ook. Ik loop mee. Ik laat zien dat het daarbuiten anders is dan ze dachten. Ruiger, ja. Maar ook vrijer, mooier, met uitzichten waarvan ze het bestaan niet kenden. De meeste mensen ontdekken pas op de rand dat het pad waar ze zo aan vasthielden, ze eigenlijk klein hield. Dat is elke keer weer een moment om stil van te worden.
En nee, het loopt niet altijd goed af, ik ga je niets verkopen. Soms sta je op de rand en blijkt er niks te halen. Geen bloemen, geen uitzicht, alleen wind. Dan loop je terug. Maar zelfs dan ben je iemand anders dan de persoon die vertrok. Je weet nu iets wat je op het pad nooit had geleerd: dat je het kunt, van het pad af gaan. De volgende rand is daardoor minder eng. Zo bouw je lef op, stap voor stap, rand voor rand.
Dus dit is mijn vraag aan jou, heel simpel. Waar schuurt jouw pad? En wanneer ben je voor het laatst van de route afgeweken, gewoon om te kijken wat daar groeit?
Het uitzicht is spannend. Maar je staat er wel. En je ziet wat je vanaf het pad nooit had gezien.
